Bestuur - Geschiedenis Veloclub

VOORSTELLING vzw KONINKLIJKE VELOCLUB 'DE LEIEZONEN'

foto 1: De winnaar geflankeerd door gewezen voorzitter André Delodder en huidig voorzitter Lucien Lefebvre (september 2008).

De Desselgemse wielerclub, de ‘Koninklijke Veloclub De Leiezonen’, is met zijn 90 jaar, één van de oudste van het land. Op 5 oktober 1922 begon het allemaal. Robert Himpe, later zelf jarenlang voorzitter van de club, was de aanleiding. Robert was een begenadigd renner en keerde die dag huiswaarts met zijn zestiende bloemenruiker van het seizoen, behaald in Kuurne. In het lokaal ‘De Drie Koningen’ was het feest. Tussen pot en pint werd toen beslist een club op te starten.

Veel gras lieten ze er in Desselgem niet over groeien, want op 3 december werd de wielerclub officieel ingeschreven bij de Belgische wieler-bond. Erevoorzitter was de toenmalige burgemeester Henri De Brabandere, Omer Cnockaert fungeerde als voorzitter en leidsman.

foto 2: De vlag van wielerclub De Leiezonen

De Desselgemnaars zaten niet stil. Er waren activiteiten van velerlei aard. Wedstrijden organiseren, fietstochten uit- stippelen, zelfs een fietsend trompetterskorps zag het levenslicht. Dat korps was een bezienswaardigheid op zich en werd dan ook op allerlei festiviteiten in de streek uitgenodigd.

De Veloclub kreeg er naam en faam door . Het prachtig uniform, met groene pet – deze laatste wordt nog steeds gedragen door sommige clubleden – kende heel wat bijval.

Na Omer Cnockaert kwam Medard Coeman in de voorzittersstoel terecht en die hield hij bijna 50 jaar lang warm (1927 tot 1976).
Een legendarische figuur dus voor Desselgem. Onder zijn niet aflatende werkkracht werd zelfs een aarden piste aangelegd en kregen de beroepsrenners voor het eerst werkgelegenheid in Desselgem.

Sindsdien zijn de eliterenners nooit meer weggeweest uit het vlasserdorp. De allereerste editie, in 1941, betrof zelfs de strijd om de leeuwentrui, die dat jaar niet in Koolskamp kon doorgaan. Dat kampioenschap werd later nog twee keer naar Desselgem gehaald (1956 en 1967).

foto 3: De winnaars van die edities spreken tot de verbeelding. Briek won de eerste editie, Germain Derijcke zegevierde in 1956, Rik van Looy in 1967.

Briek Schotte, na zijn actieve carrière sportdirecteur, bracht heel wat grote namen naar Desselgem. Flandria-iconen Jempi Monseré, Roger De Vlaeminck en Eric Leman hielpen de reputatie van Desselgem als wielergemeente hoog houden. In een latere fase bracht Briek ook Sean Kelly naar Desselgem. Sean, die Briek wat graag de bloemen had geschonken, strandde evenwel op de tweede plaats.

Na Medard Coeman kwam Robert Himpe aan het roer. Hij hield het schip tien jaar in veilige wateren en gaf dan de scepter door aan André Delodder. Deze laatste, die in 2009 naar zijn laatste rustplaats werd gebracht, was de architect en bezieler van heel wat mooie edities.
Door zijn vriendschapsrelatie met Quick Step-baas Frans Decock en manager Patrick Lefevere, de gebroeders Maes en Clement Schiettecatte kwamen telkenjare een vloot grote namen aan de start in Desselgem.

De zogenaamde kermiskoers kreeg naam en faam tot ver over de provinciegrenzen. Jaar na jaar groeide het wielerpubliek dat, als bijen op een honingpot, gelokt werd door de kwaliteit die Desselgem jaar na jaar kon presenteren.
Na de 63ste editie van de Memorial Briek Schotte, op dinsdag 13 september 2005, gaf André de fakkel door. Lucien Lefebvre werd zijn opvolger. Geen dankbare taak om zo’n ‘monument’ op te volgen, maar ‘werkpaard’ Lucien neemt zijn taak ter harte.

In 2012 kan vzw Koninklijke Veloclub De Leiezonen zijn 90-jarig bestaan vieren en is het klaar voor de 70ste editie van de GP Memorial Briek Schotte.   

REALISATIE VAN DE DESSELGEMSE VELODROOM

Desselgem heeft altijd een hart voor wielrennen gehad. De actieve ‘veloclub’, die stilaan aan een eeuwfeest mag beginnen denken, is er één voorbeeld van, het feit dat de clubleden in 1930 eigenhandig een ‘velodroom’ bouwden getuigt daar evenzeer van. Een stuk land werd gehuurd en in een vijftal maanden was de klus geklaard. De aarden piste, volledig uitgegraven met spade en schop door een 50-tal vrijwilligers, was een feit. Dat velen onder hen toen nog werkten of gewerkt hadden in de steenbakkerijen was een voordeel, want als geen ander wisten zij hoe de aarde in de gewenste plooi kon gelegd worden. Het oppervlak werd met behulp van planken vastgehamerd en de bochten werden verhoogd dankzij een houten skelet, waarop de aarden bodem kwam. De piste was voor die tijd een knappe realisatie. Toenmalig onafhankelijke André Mortier had de eer de piste, waarvan de bochten later nog een grotere helling kregen, te mogen inrijden. Er kwam ook een voor die tijd indrukwekkende tribune.

foto 4: Ook Poeske Scherens was aan het werk op de Desselgemse velodroom

Zes jaar lang trok de Veloclub de eerste maandag na de Tour de besten in het peloton aan om slag te leveren. Legendarische figuren als Poeske Scherens en Jules Van Hevel vochten er menig duel uit. Ook Karel Kaers, Gaston Rebry, Frans Bonduel, Jan Aerts, Jan Wauters, Marcel Kint en vele anderen stonden er aan de start. Het ‘kuipke’ zat steevast eivol voor die heroïsche veldslagen en trok in die tijd zowat vierduizend toeschouwers.

Zij betaalden 25 tot 40 frank voor een plaatsje. Ook Briek Schotte, toen nog een jonge knaap, kwam er op zijn ‘kloefen’ en met een ‘vrouwvolksvelo’ geregeld een kijkje nemen.

Ook hij moet nog getuige geweest zijn van de ploegkoersen over 100 kilometer met om het halfuur een sprint. Werd de velodroom onmiddellijk een succes, de droom spatte één jaar na de opening bijna brutaal uit elkaar.

foto 5: De twee winnaars tijdens de ereronde namelijk: Gerard Desmet van Beveren-Leie en de Waregemnaar (maar in Desselgem geboren) Michel Buyck (collectie Jan Himpe)

Een aarden piste in open lucht verdraagt nu eenmaal geen regen. Op de grootste meeting van dat jaar, 1931, viel de regen kort voor de start met bakken uit de lucht. Toen het pijpenstelen bleef regenen, konden de organisatoren niets anders dan overgaan tot algehele afgelasting. De toeschouwers kregen hun kaartjes terugbetaald, maar ook de aanwezige renners eisten hun startpremies op. Een financiële aderlating, die bijna het failliet van de club veroorzaakte. Maar Desselgemnaars zijn harde karakters. Zij kwamen er terug bovenop.

Jammer genoeg hield die traditie op in 1935 toen de eigenaar de grond verkocht aan vlaskopers om er een fabriek op te zetten. De leden van de veloclub moesten het terrein in zijn oorspronkelijke staat terugbrengen. Dat zette een zware domper op het enthousiasme. Een tweede piste is er nooit gekomen. Alleen de herinnering blijft...